ECLI:NL:RVS:2018:400
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Bolt
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning met randstapeling en weigering opslag LT4-stoffen in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 10 december 2013 een omgevingsvergunning aan RST voor het veranderen van een containeroverslagbedrijf, inclusief een uitbreiding van het aantal gevaarlijke (tank)containers. De rechtbank Rotterdam wijzigde enkele vergunningvoorschriften, waarna RST hoger beroep instelde bij de Raad van State.
RST betwistte de verplichting tot randstapeling van gevaarlijke stoffencontainers, aangewezen als beste beschikbare techniek volgens PGS 15, en voerde aan dat alternatieve werkwijzen gelijkwaardige bescherming bieden. De Afdeling oordeelde dat het college terecht heeft aangesloten bij PGS 15 en dat randstapeling noodzakelijk is voor brandbestrijding en bereikbaarheid, waardoor het beroep faalt.
Verder werd het voorschrift 3.1.5 over rapportage van minimalisatie van containerverplaatsingen bevestigd, omdat dit geen inbreuk maakt op vergunde rechten. De weigering van de vergunning voor opslag van LT4-stoffen werd eveneens bevestigd vanwege het buitenproportionele groepsrisico en onvoldoende onderbouwing van RST over economische gevolgen.
Ten slotte werd het betoog dat de vergunning innerlijk tegenstrijdig zou zijn verworpen. De Afdeling concludeert dat de vergunning in stand blijft en het hoger beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het hoger beroep van RST wordt ongegrond verklaard en de vergunning met randstapeling wordt bevestigd, evenals de weigering van opslag van LT4-stoffen.