ECLI:NL:RVS:2018:4029
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouwen woning en kappen linde in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 3 mei 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een eengezinswoning en het kappen van een linde op een perceel in Den Haag. Na intrekking en hernieuwde verlening met voorschriften ontstond bezwaar van meerdere omwonenden en een werkgroep, die beroep instelden tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde de beroepen grotendeels niet-ontvankelijk en ongegrond. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld en werd een voorlopige voorziening gevraagd om de bouw en kap te voorkomen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zou doen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank terecht oordeelde dat de verzoekers niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt en dat de inhoudelijke bezwaren onvoldoende spoedeisend waren. Het bouwplan voldoet aan de wettelijke vereisten en gemeentelijke beleidskaders, inclusief voorschriften ter bescherming van bomen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen, waarbij werd benadrukt dat het gebruik van de vergunning op eigen risico is zolang deze niet onherroepelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.