ECLI:NL:RVS:2018:4116
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing zaak over afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af op 3 november 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat artikel 3.119 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de staatssecretaris beperkt tot het uitbrengen van een nieuw voornemen alleen bij nieuwe feiten of omstandigheden. Dit artikel betreft een procedurele zorgvuldigheidseis en staat toe dat de staatssecretaris tijdens de besluitvorming tot een ander oordeel kan komen.
De Afdeling stelde vast dat de motivering van het nieuwe besluit van 3 november 2017 moet worden getoetst, maar dat er geen verplichting bestaat om in dat besluit uit te leggen waarom het eerdere voornemen werd ingetrokken. De vreemdeling kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan het eerdere voornemen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.