ECLI:NL:RVS:2018:4126
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 februari 2017 aanvragen van vier vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd en werd de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Op 23 juli 2018 verklaarde de staatssecretaris het bezwaar opnieuw ongegrond, waarna de vreemdelingen beroep instelden en tevens een voorlopige voorziening vroegen om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het aannemelijk is dat het besluit van 23 juli 2018 niet in stand zal blijven. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten een voorlopige voorziening te treffen die uitzetting tijdens de beroepsprocedure verbiedt.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 501,- voor rechtsbijstand en het griffierecht van € 253,-. De uitspraak werd op 17 december 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op hun beroep tegen het besluit van 23 juli 2018 is beslist.