ECLI:NL:RVS:2018:4127
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak verlenging verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 5 februari 2016 een aanvraag van een vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris vernietigde de rechtbank Den Haag op 18 juli 2018 dit besluit en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet tot onherstelbare gevolgen leidt en dat uitvoering geen onevenredige inspanning vereist.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van € 501,00. De uitspraak werd op 17 december 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.