ECLI:NL:RVS:2018:4130
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing voor uitbreiding mestbewerking in gemengd landelijk gebied Noord-Brabant
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant weigerde op 11 oktober 2016 ontheffing te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalburg voor uitbreiding van mestbewerking op een perceel te Meeuwen. Deze weigering was gebaseerd op artikel 7.12 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant, waarin vestiging en uitbreiding van mestbewerking in gemengd landelijk gebied zijn uitgesloten tenzij voldaan wordt aan strikte voorwaarden, waaronder de noodzaak vanwege de wettelijke plicht tot mestverwerking.
Het college van burgemeester en wethouders en een lokale onderneming stelden beroep in tegen deze weigering. Zij betoogden onder meer dat de bekendmaking van 27 november 2015, waarin werd gesteld dat voldoende mestverwerkingscapaciteit aanwezig is, in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat hun initiatief een concreet initiatief betrof dat planologische medewerking verdiende. De Raad van State oordeelde echter dat de bekendmaking een feitelijke mededeling was en geen beleidswijziging, en dat het initiatief niet voldeed aan de criteria voor een concreet initiatief.
Verder werd het standpunt van gedeputeerde staten bevestigd dat de vergunde mestverwerkingscapaciteit voldoende is om aan de wettelijke plicht te voldoen, ook rekening houdend met meststromen van buiten de provincie. De belangenafweging door gedeputeerde staten werd als zorgvuldig beoordeeld, en het betoog over ongelijke behandeling faalde omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk waren. De Raad van State vernietigde het besluit van 28 maart 2017 dat de bezwaren niet-ontvankelijk verklaarde, maar liet de weigering van 11 oktober 2016 in stand en veroordeelde gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De weigering van gedeputeerde staten om ontheffing te verlenen voor uitbreiding van mestbewerking blijft in stand.