ECLI:NL:RVS:2018:415
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkeersbesluit inrichting Weiburglaan als fietsstraat na bezwaar en beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk heeft besloten de Weiburglaan in te richten als fietsstraat, het fietspad op te heffen, de voorrangssituatie aan te passen en eenrichtingsverkeer in te stellen ten behoeve van een 30 km/u-zone. Appellant, wonende nabij de straat, stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld en het gemeentelijk beleid had geschonden, met onvoldoende betrokkenheid van belanghebbenden.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat het college het beleid had genegeerd, informatie had achtergehouden en dat de Ombudscommissie onjuist had geoordeeld. Tevens werd betoogd dat het plaatsen van drempels onvoldoende was getoetst.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet verplicht was de Inspraakverordening 2007 toe te passen en dat het besluit zorgvuldig was voorbereid met drie informatiebijeenkomsten. Er was geen bewijs van vooringenomenheid of schending van het vertrouwensbeginsel. Het advies van de Ombudscommissie werd niet als onderdeel van de besluitvorming beschouwd. Het betoog over de drempels faalde omdat dit feitelijk handelen betreft waarvoor geen verkeersbesluit vereist is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verkeersbesluit van het college Harderwijk bevestigd.