ECLI:NL:RVS:2018:4203
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 23 april 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 6 november 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure te ontvangen, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde een proceskostenvergoeding van €501,- op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd op 18 december 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.