ECLI:NL:RVS:2018:4210
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 23 april 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 mei 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was, mede omdat de rechtbank haar oordeel had gebaseerd op een eerdere uitspraak die door de Raad van State was vernietigd. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het oorspronkelijke besluit van de staatssecretaris in stand bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.