ECLI:NL:RVS:2018:4239
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing mestbewerking wegens voldoende mestverwerkingscapaciteit in Noord-Brabant
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 11 oktober 2016 een aanvraag om ontheffing voor uitbreiding van mestbewerking op een perceel te Oss geweigerd. Deze weigering was gebaseerd op het beleid dat voldoende mestverwerkingscapaciteit aanwezig is in de provincie om te voldoen aan de wettelijke plicht tot mestverwerking.
De appellant betoogde dat de bestaande capaciteit mede wordt gebruikt voor mest van buiten de provincie en dat de werkelijke capaciteit lager is dan de vergunde capaciteit. Ook stelde zij dat haar initiatief een concreet initiatief betrof, waardoor medewerking had moeten worden verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht heeft vastgesteld dat voldoende capaciteit aanwezig is, mede gelet op een deskundigenbericht en het feit dat mest van buiten de provincie elders kan worden verwerkt.
Verder werd geoordeeld dat de aanvraag niet betrof een concreet initiatief zoals bedoeld in de provinciale bekendmaking, omdat niet voldaan was aan de criteria voor kennisgeving of aanvraag vóór 27 november 2015. Het bezwaar tegen het besluit was ongegrond, en het besluit op bezwaar werd vernietigd omdat het college niet bevoegd was bezwaar te behandelen. De Afdeling handhaafde het besluit van 11 oktober 2016 en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State handhaaft de weigering van het college om ontheffing te verlenen voor uitbreiding van mestbewerking wegens voldoende mestverwerkingscapaciteit in Noord-Brabant.