ECLI:NL:RVS:2018:4242
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag voor chauffeurskaart wegens recente veroordelingen
De appellant heeft op 28 april 2016 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om een chauffeurskaart te verkrijgen voor het werk als taxichauffeur. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van een onherroepelijke veroordeling van 7 september 2015 wegens drugshandel, hennepteelt en diefstal met braak, en het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarnaast waren er eerdere veroordelingen buiten de terugkijktermijn van vijf jaar.
De staatssecretaris baseerde zijn afwijzing op het objectieve criterium dat herhaling van deze strafbare feiten een risico vormt voor het welzijn en de veiligheid van passagiers. Het subjectieve criterium, waarbij het belang van de appellant wordt afgewogen tegen het belang van de samenleving, werd eveneens negatief beoordeeld vanwege het korte tijdsverloop sinds de veroordeling en de aard van de feiten.
De appellant voerde aan dat hij slechts voor hennepkwekerij was veroordeeld en dat de risico’s niet relevant zijn omdat hij alleen overdag zou werken. De Raad van State oordeelde dat ook de diefstal met braak onderdeel is van de veroordeling en dat het risico voor passagiers en hun eigendommen niet kan worden uitgesloten. Bovendien is de chauffeurskaart niet beperkt tot dagwerk.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de belangenafweging negatief uitvalt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag vanwege recente veroordelingen die een risico vormen voor de veiligheid van passagiers.