ECLI:NL:RVS:2018:4244
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit terugbrengen bijgebouw zonder vergunning in beschermd stadsgezicht
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum heeft appellant gelast om een zonder omgevingsvergunning vergroot bijgebouw op zijn perceel terug te brengen in de oude staat, met een dwangsom van €10.000. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college had moeten afzien van handhaving omdat er zicht op legalisering zou zijn via een binnenplanse vrijstellingsmogelijkheid en dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege de architectonische waarde en zorgvuldige inpassing van het bijgebouw in het beschermd stadsgezicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het enkele feit dat het college niet bereid is een vergunning te verlenen betekent dat er geen concreet zicht op legalisering is. Ook is geen vergunningaanvraag ingediend. De stelling dat handhaving onevenredig is, faalt omdat appellant bewust zonder vergunning heeft gebouwd en de gevolgen daarvan voor zijn rekening komen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.