ECLI:NL:RVS:2018:4260
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens onrechtmatige kamergewijze verhuur
De zaak betreft een bestuurlijke boete en last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaar van een woning in Utrecht vanwege het onrechtmatig omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten zonder vergunning. De eigenaar had de woning via een makelaar verhuurd aan meerdere personen die elk een eigen kamer hadden, wat volgens het college een overtreding vormt.
De rechtbank had geoordeeld dat de eigenaar terecht als overtreder was aangemerkt omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet wist of kon weten van het onrechtmatige gebruik, ondanks het inschakelen van een makelaar. Ook was het opleggen van de boete en dwangsom redelijk.
In hoger beroep voerde de eigenaar aan dat hij het beheer volledig aan de makelaar had overgedragen en niet wist van de overtreding. De Raad van State oordeelde dat de eigenaar zich tot op zekere hoogte moest informeren over het gebruik van zijn pand en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet wist van het onrechtmatig gebruik. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de boete en dwangsom worden bevestigd.