ECLI:NL:RVS:2018:4278
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- F.D. van Heijningen
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake toekenning extra uren rechtsbijstand
De raad voor rechtsbijstand wees het verzoek van een advocaat om extra uren voor verleende rechtsbijstand af, omdat een substantieel deel van de werkzaamheden door een gemachtigde was verricht, wat volgens de raad niet als waarneming kon worden aangemerkt. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom deze werkzaamheden niet als waarneming konden gelden en verklaarde het beroep van de advocaat gegrond.
De raad stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de omvang en duur van de werkzaamheden door de gemachtigde zodanig waren dat er geen sprake meer was van waarneming binnen de uitzonderingen van de Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2016. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de redenen van verhindering niet zwaarwegend waren.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank onterecht een proceskostenveroordeling had uitgesproken, aangezien de advocaat zichzelf vertegenwoordigde en de kosten van procedures over vergoeding van rechtsbijstand inherent zijn aan de eigen praktijk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de raad gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.