ECLI:NL:RVS:2018:4290
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na toevoeging
Appellante vroeg rechtsbijstand om haar kinderen te laten bijdragen in de huishoudkosten, nadat de gemeente haar bijstandsuitkering had gekort vanwege kostendelende kinderen. De raad wees de aanvraag aanvankelijk af omdat het probleem geen advocaat vereiste, maar kende later de toevoeging toe na bezwaar. De vergoeding van kosten voor het bezwaar werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellante zelf voldoende had ondernomen om het geschil op te lossen.
De rechtbank oordeelde dat het herroepen besluit niet het gevolg was van een aan de raad te wijten onrechtmatigheid, omdat pas in de bezwaarfase duidelijk werd dat er een juridisch geschil was waarvoor advocaatbijstand nodig was. Appellante stelde dat de aanvraag toevoegingswaardig was vanwege de weigering van haar kinderen bij te dragen en dat de raad haar ten onrechte niet had gehoord of om nadere informatie had gevraagd.
De Afdeling overwoog dat uit de aanvraag bleek dat nog werd geprobeerd tot een minnelijke oplossing te komen, zodat advocaatbijstand toen nog niet noodzakelijk was. De raad hoefde appellante niet te horen of om aanvullende informatie te vragen omdat de afwijzing was gebaseerd op door haar verstrekte gegevens. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.