ECLI:NL:RVS:2018:4298
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsmiddel voor vreemdeling tegen afwijzing overnameverzoek Dublinverordening
De vreemdeling had een asielverzoek ingediend in Griekenland, waarna de Griekse autoriteiten Nederland verzochten de vreemdeling over te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat zijn echtgenote in Nederland verbleef. De staatssecretaris wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze afwijzing en bepaalde dat het beroepschrift als bezwaarschrift moest worden behandeld.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Dublinverordening geen rechtsmiddel voorziet voor de vreemdeling tegen de afwijzing van een overnameverzoek. De verordening biedt alleen rechtsmiddelen tegen overdrachtsbesluiten, die in dit geval niet zijn genomen omdat Nederland het verzoek afwees.
Verder stelde de Raad vast dat het bieden van een nationaal rechtsmiddel aan de vreemdeling tegen deze afwijzing de tussen lidstaten voorgeschreven bemiddelingsprocedure zou doorkruisen en het risico van vooruitlopen op de uitkomst daarvan met zich meebrengt. Daarom staat er geen rechtsmiddel open voor de vreemdeling tegen de afwijzing van het overnameverzoek. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en de rechtbank uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd omdat geen rechtsmiddel openstaat voor de vreemdeling tegen de afwijzing van het overnameverzoek.