ECLI:NL:RVS:2018:4312
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De vreemdeling stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de vergunning moet worden verleend en dat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft of onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank moet uitvoeren tijdens het hoger beroep.