ECLI:NL:RVS:2018:435
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 26 september 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 november 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. De vreemdeling verzocht om te bepalen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Gelet op de eerdere jurisprudentie en de omstandigheden van het geval, kwam dit verzoek voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdeling niet wordt overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 6 februari 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.