ECLI:NL:RVS:2018:451
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris op 28 februari 2017 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep op 21 december 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om gedurende die periode opvang en verstrekkingen te ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot voorlopige voorziening toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 9 februari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.