ECLI:NL:RVS:2018:460
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in afwachting hoger beroep
Bij verschillende besluiten van 27 juni 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 januari 2018 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangen, toewijsbaar is. Daarbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 12 februari 2018.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.