ECLI:NL:RVS:2018:510
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kosten bestuursdwang bij onjuist aanbieden huishoudelijk afval in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 20 januari 2017 schriftelijk bevestigd dat het op 19 januari 2017 spoedeisende bestuursdwang toepaste wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Een deel van de kosten, €126, werd aan appellante toegerekend omdat in een aangetroffen huisvuilzak haar naam- en adresgegevens werden gevonden.
Appellante betoogde dat zij niet de overtreder was omdat zij haar afval altijd correct in een minicontainer aanbiedt en stelde dat het besluit mogelijk een wraakactie betrof na een incident met een ambtenaar. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht aannam dat appellante de overtreder was, omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat zij niet de overtreder was. Ook was er geen bewijs voor misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir).
Verder voerde appellante aan dat de kosten te hoog waren en niet overeenkwamen met de werkelijke kosten, mede omdat de gespecificeerde kostenberekening dateerde uit 2013. De Afdeling stelde vast dat het college de kosten redelijk had berekend, dat de werkzaamheden daadwerkelijk waren verricht en dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de kosten onredelijk waren of dat de tijdsbesteding onwaarschijnlijk was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot kostenverhaal bestuursdwang is ongegrond verklaard.