ECLI:NL:RVS:2018:514
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor woninguitbreiding wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde op 17 september 2015 een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een woning waarbij een verdieping werd aangebracht op bijgebouwen, omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. De woning zou een inhoud krijgen van 980 m³, terwijl de maximale inhoud volgens het bestemmingsplan 600 m³ bedraagt. De rechtbank vernietigde het besluit van het college omdat het niet had afgewogen of op grond van artikel 2.12 Wabo in combinatie met het Bor een vergunning kon worden verleend.
In hoger beroep betoogde appellant dat de inhoud van de bijgebouwen buiten beschouwing moest blijven, omdat deze al eerder als bijgebouw waren vergund en architectonisch ondergeschikt zouden blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat door de verdieping de bijgebouwen geïntegreerd worden in het hoofdgebouw en niet langer als bijgebouw kunnen worden beschouwd, waardoor de inhoud moet worden meegerekend. Ook was het bouwplan te volumineus en in strijd met het bestemmingsplan.
Verder wees appellant op eerdere vergunningen voor vergelijkbare bouwplannen, maar de Afdeling stelde dat die plannen een kleinere inhoud hadden en dat het college bij het weigeren van de vergunning een redelijke ruimtelijke afweging had gemaakt. Het beroep op strijd met de redelijke eisen van welstand werd niet behandeld omdat het bouwplan strijdig was met het bestemmingsplan.
Ten slotte werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat het college de vergunning in redelijkheid kon weigeren. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.