ECLI:NL:RVS:2018:530
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2017 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 11 januari 2018 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdeling niet wordt uitgezet en opvang en verstrekkingen worden geboden zolang het hoger beroep loopt, op grond van eerdere jurisprudentie toewijsbaar was. Tevens werd geoordeeld dat er aanleiding was om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Daarom bepaalde de voorzieningenrechter dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 501 aan proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.