ECLI:NL:RVS:2018:533
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake opheffing inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 14 september 2016 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van een zwaar inreisverbod afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 7 april 2017 vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het eerdere besluit van 8 oktober 2013, waarbij het inreisverbod werd opgelegd, in rechte vaststaat. De vreemdeling had twee e-mails van een rechercheur overgelegd ter onderbouwing van zijn bewering dat hij als informant voor de Criminele Inlichtingendienst (CID) had gewerkt. De rechtbank had geoordeeld dat dit aannemelijk was, maar de Afdeling stelde vast dat de rechercheur zelf verklaarde niet te weten welke diensten de vreemdeling had verleend en welke beloning hij daarvoor ontving.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door de rechercheur niet te horen. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft gehandhaafd.