ECLI:NL:RVS:2018:539
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris wees op 5 oktober 2016 de aanvraag van de referent af om voor de vreemdeling en haar minderjarige kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, werd hoger beroep ingesteld door de vreemdeling en de referent.
De Raad van State oordeelde dat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend. Hoewel het poststempel aangaf dat het op 22 januari 2018 ter post was bezorgd, was de uiterste termijn voor het indienen van hoger beroep 17 januari 2018. De door de gemachtigde aangevoerde omstandigheden, zoals late kennisname van de uitspraak door de referent en beperkte openingstijden van Vluchtelingenwerk, werden niet als voldoende redenen erkend om het verzuim te rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij op 15 februari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hogerberoepschrift.