ECLI:NL:RVS:2018:547
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 15 februari 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 januari 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet wordt voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter bepaalde bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.