ECLI:NL:RVS:2018:548
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 12 mei 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 9 januari 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Daarom wordt bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, op 16 februari 2018. Hiermee wordt de vreemdeling gedurende de procedure beschermd tegen uitzetting en wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.