ECLI:NL:RVS:2018:557
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 december 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 31 januari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De vreemdeling mocht niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en gedurende deze periode moest opvang en verstrekking volgens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel op 19 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.