ECLI:NL:RVS:2018:575
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na verstrekking personeelsblad MIVD aan derden
Appellante verzocht de minister van Defensie om vergoeding van schade wegens het verstrekken van jaargangen van het personeelsblad van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan Stichting Argus. Dit verzoek werd door de minister afgewezen en het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep staat vast dat de minister terecht oordeelde dat er geen bezwaar openstond tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding. Het geschil betreft of de e-mails van 2 maart en 12 april 2016 van appellante als bezwaarschrift tegen het besluit van 9 oktober 2014 kunnen worden aangemerkt. De Raad oordeelt dat deze e-mails niet duidelijk maken dat appellante bezwaar wenst te maken tegen dat besluit.
De e-mail van 2 maart 2016 betrof een verzoek om advies over social media naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant, en de e-mail van 12 april 2016 bevatte een verzoek om compensatie voor vermeend onrechtmatig handelen, maar geen verzoek tot heroverweging van het besluit. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.