ECLI:NL:RVS:2018:583
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot zorgtoeslag wegens toeslagpartnerschap
Appellant ontving in 2016 een voorschot zorgtoeslag. De Belastingdienst herzag dit voorschot en stelde het op nihil omdat appellant en haar oom op hetzelfde adres stonden ingeschreven en de oom als toeslagpartner werd aangemerkt. Appellant voerde aan dat zij een gedeelte van de woning op zakelijke gronden huurde, waardoor geen toeslagpartnerschap zou bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat niet was aangetoond dat sprake was van een zakelijke huurovereenkomst in de relevante periode. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor een zakelijke huurovereenkomst voor de periode 1 januari tot 10 mei 2016, en dat de latere schriftelijke overeenkomst niet voldeed aan de zakelijke gronden. De huurbetalingen waren bovendien niet overtuigend omdat sommige betalingen dubbel zouden zijn gedaan.
Daarom faalde het beroep in hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.