ECLI:NL:RVS:2018:611
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor woning in winkelruimte wegens strijd met bestemmingsplan en woonklimaat
De appellant vroeg een omgevingsvergunning aan voor het verbouwen van een winkelruimte tot een zelfstandige woning op een perceel te De Weere. Het college weigerde de vergunning omdat het project in strijd was met het bestemmingsplan, dat slechts één woning per bouwvlak toestaat, en omdat het woon- en leefklimaat ter plaatse niet aanvaardbaar zou zijn. Tevens zou het naastgelegen agrarisch bedrijf in haar bouwmogelijkheden worden beperkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad overwoog dat het college terecht aansluiting had gezocht bij de afstandsregels uit het Activiteitenbesluit, waaruit bleek dat de afstand tussen de mestopslag en de nieuwe woning onvoldoende was voor een aanvaardbaar woonklimaat. De schriftelijke medewerking van de exploitant van het agrarisch bedrijf deed hieraan niet af omdat de milieubelastende onderdelen legaal aanwezig waren.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het college terecht had vastgesteld dat het agrarisch bedrijf door de woning in haar bouwmogelijkheden werd beperkt, omdat de nieuwe woning deels buiten het bouwvlak op gronden met de aanduiding 'te bebouwen erven' zou komen, waar alleen bijgebouwen zijn toegestaan. Andere beroepsgronden bleven buiten beschouwing omdat de genoemde redenen reeds voldoende waren.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.