ECLI:NL:RVS:2018:612
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning eerste fase voor aanleg zwaaikom in Twentekanaal
Bij besluit van 12 oktober 2016 verleende het college van burgemeester en wethouders van Almelo een omgevingsvergunning eerste fase voor de aanleg van een zwaaikom in het Twentekanaal nabij het XL Businesspark Twente. Appellant, eigenaar van een agrarisch perceel aan een zijtak van het kanaal, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke negatieve gevolgen voor zijn bedrijfsvoering en woon- en leefklimaat.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant betoogde onder meer dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dat het nut en de noodzaak onvoldoende zijn onderbouwd, dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht, en dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door eigen financiële belangen te laten prevaleren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de aanleg van de zwaaikom noodzakelijk is voor de vaarwegverbreding en de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Alternatieven zijn onderzocht maar bleken minder geschikt. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij ook de schadeloosstelling en planschadevergoeding voor appellant zijn meegenomen. Geluid- en lichthinder zijn niet aannemelijk gemaakt. Het betoog over détournement de pouvoir faalt omdat geen misbruik van bevoegdheid is vastgesteld.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning eerste fase voor de aanleg van de zwaaikom wordt bevestigd.