ECLI:NL:RVS:2018:62
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris op 7 april 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 21 november 2017. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek beoordeeld en overwogen dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350), toewijsbaar is. De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en heeft recht op opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, tot een bedrag van € 501,00. De uitspraak werd op 9 januari 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.