ECLI:NL:RVS:2018:624
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 2 mei 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 20 september 2017. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 21 februari 2018 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens moet de staatssecretaris tijdens deze periode opvang en verstrekkingen bieden conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Deze beslissing is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier I.W.M.J. Bossmann.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt opvang en proceskostenvergoeding toegekend.