ECLI:NL:RVS:2018:629
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel van vertrek
Bij besluit van 15 december 2017 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde uitstel van vertrek. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat op 11 januari 2018 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde bij ordemaatregel vast dat de voorgenomen uitzetting op 22 januari 2018 niet mocht plaatsvinden, omdat de vreemdeling in een detentiecentrum verbleef en daardoor geen toegang had tot de rechter. De staatssecretaris erkende dit en gaf aan dat een protocol wordt opgesteld om dit in de toekomst te voorkomen.
In het hoger beroep oordeelde de Raad van State dat de aangevoerde gronden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 250,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.