ECLI:NL:RVS:2018:630
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en proceskostenvergoeding
De vreemdeling verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op zijn hoger beroep tegen het inreisverbod is beslist. Dit verzoek is gedaan nadat de staatssecretaris het verzoek tot opheffing van het inreisverbod had afgewezen en de rechtbank het beroep van de vreemdeling ongegrond had verklaard.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening getoetst aan eerdere jurisprudentie en geoordeeld dat het verzoek toewijsbaar is. De vreemdeling zal gedurende de periode van het hoger beroep opvang en verstrekkingen ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel en griffier S. Yildiz op 23 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.