ECLI:NL:RVS:2018:635
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 22 december 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 23 januari 2018 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 februari 2018 het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld. De vreemdeling vroeg om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en om gedurende die periode opvang en verstrekkingen te ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350), toewijsbaar is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.