ECLI:NL:RVS:2018:636
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan middelenvereiste
De staatssecretaris heeft op 15 juli 2016 een aanvraag afgewezen voor een machtiging tot voorlopig verblijf van de vreemdeling, omdat de referent niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt en niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling daarvan. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
In het hoger beroep betoogt de staatssecretaris dat de rechtbank het beleid omtrent de vrijstellingsgronden van het middelenvereiste onjuist heeft uitgelegd, met name over de plicht tot arbeidsinschakeling en de plicht tot tegenprestatie zoals opgenomen in de Participatiewet. De staatssecretaris stelt dat de referent gedurende vijf jaar ontheven moet zijn van beide verplichtingen om in aanmerking te komen voor vrijstelling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank inderdaad een onjuiste uitleg aan het beleid heeft gegeven door de plicht tot tegenprestatie buiten beschouwing te laten. Uit de beleidsregels en de toelichting blijkt dat ook deze plicht relevant is voor de beoordeling. Verder is vastgesteld dat de referent niet gedurende vijf jaar volledig van alle verplichtingen is ontheven geweest. Daarom wordt het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf gehandhaafd.