ECLI:NL:RVS:2018:639
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake weigering omgevingsvergunning voor sloop en herbouw bijgebouwen te Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft op 1 maart 2016 geweigerd aan de wederpartij een omgevingsvergunning te verlenen voor het slopen van drie bijgebouwen en het groter terugbouwen daarvan op een perceel te Breda. Na een bezwaarprocedure heeft het college het bezwaar van de wederpartij ongegrond verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep van de wederpartij gegrond verklaard, het besluit van 13 oktober 2016 vernietigd en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Het college is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en heeft de voorzieningenrechter verzocht de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak doet in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen en bepaald dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling heeft beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van het college zwaarder weegt dan het financiële belang van de wederpartij, die geen hoofdverblijf op het perceel heeft maar wel kosten maakt voor het in stand houden van de oude bebouwing. Afwijzing van het verzoek zou leiden tot bezwaarlijk omkeerbare gevolgen en daarmee de bodemprocedure van zijn belang ontdoen. De behandeling van het hoger beroep zal plaatsvinden tussen mei en augustus 2018.
Uitkomst: Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen voordat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.