ECLI:NL:RVS:2018:644
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbeslagname hond na meerdere bijtincidenten in kinderrijke buurt
De zaak betreft het hoger beroep van een eigenaresse tegen het besluit van de burgemeester tot inbeslagname van haar hond na meerdere bijtincidenten. De hond had onder meer een buurmeisje van 4 jaar gebeten en een medewerker van een aannemersbedrijf in de woning. Ondanks opgelegde maatregelen bleef het risico op nieuwe incidenten bestaan.
De burgemeester had op basis van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet besloten tot inbeslagname vanwege verstoring van de openbare orde en ernstige vrees daarvoor. De rechtbank had dit besluit bevestigd en de Raad van State heeft dit oordeel bekrachtigd.
De Raad van State oordeelde dat het feit dat het laatste incident binnen de woning plaatsvond, niet leidt tot een ander oordeel. De woning is immers toegankelijk voor derden en eerdere incidenten waren het gevolg van ontsnappingen. De burgemeester mocht ook de onrust in de buurt en de kinderrijke omgeving meewegen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot inbeslagname van de hond wegens verstoring van de openbare orde en wijst het hoger beroep af.