ECLI:NL:RVS:2018:655
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning bouw varkensstal wegens onvoldoende motivering
Appellant sub 1 heeft een omgevingsvergunning in twee fasen aangevraagd voor het bouwen van een varkensstal op een perceel te Haghorst. De eerste fase betreft de bouw van de stal, de tweede fase de wijziging van de varkenshouderij. Het college verleende de eerste fase van rechtswege, maar herzag dit besluit na bezwaren van omwonenden en weigerde vervolgens alsnog de vergunning. Appellant sub 2, eigenaar van het bedrijf en de gronden, stelde beroep in, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen hoger beroep had ingesteld tegen een eerdere uitspraak.
Appellant sub 1 betoogde dat het college ten onrechte de verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de woning van een omwonende als grondslag had genomen voor de weigering. Het college stelde dat deze vergunning de uitvoerbaarheid van het project belemmert vanwege milieuregels. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het project niet uitvoerbaar zou zijn, mede omdat de vergunning voor de woninguitbreiding nog niet onherroepelijk was en mogelijk strijdig met het bestemmingsplan.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college van 6 december 2016 en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit op bezwaar slechts beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Het besluit van 6 december 2016 tot weigering van de omgevingsvergunning eerste fase wordt vernietigd en het beroep van appellant sub 1 wordt gegrond verklaard.