ECLI:NL:RVS:2018:682

Raad van State

Datum uitspraak
28 februari 2018
Publicatiedatum
28 februari 2018
Zaaknummer
201607068/1/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen wijzigingsverzoek bestemmingsplan Meije 300 te Zegveld

Op 15 december 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden een verzoek van meerdere appellanten om het bestemmingsplan "Landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld" te wijzigen, specifiek de aanduiding "c" op het perceel aan de Meije 300 te Zegveld, niet-ontvankelijk verklaard. Na bezwaar en beroep zijn deze verzoeken door het college afgewezen en de beroepen ingesteld tegen deze besluiten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 15 november 2017 behandeld. Tijdens de procedure is vastgesteld dat op 24 november 2016 door de gemeenteraad het bestemmingsplan "Meije 300, Zegveld" is vastgesteld, dat betrekking heeft op dezelfde locatie en het eerdere bestemmingsplan met de aanduiding "c" heeft vervangen. Dit bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk geworden.

Gezien de vaststelling en onherroepelijkheid van het nieuwe bestemmingsplan is het eerdere bestemmingsplan niet langer van kracht voor het perceel aan de Meije 300. Hierdoor ontbreekt een actueel en reëel belang om de beroepen inhoudelijk te behandelen. De Raad van State verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot niet-ontvankelijkheid en afwijzing van wijzigingsverzoeken bestemmingsplan zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.

Uitspraak

201607068/1/R2.
Datum uitspraak: 28 februari 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1.    [appellant sub 1A] en anderen, allen wonend te Zegveld, gemeente Woerden,
2.    [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], beiden wonend te Zegveld, gemeente Woerden,
en
het college van burgemeester en wethouders van Woerden,
verweerder.
Procesverloop
Op 15 december 2015 heeft het college een verzoek van [appellant sub 1A] en anderen om het bestemmingsplan "Landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld" te wijzigen voor zover dit de aanduiding "c" betreft op het plandeel dat betrekking heeft op het perceel aan de Meije 300, te Zegveld, niet-ontvankelijk verklaard.
Op 3 augustus 2016 heeft het college het bezwaar dat [appellant sub 1A] en anderen hiertegen hebben gemaakt gedeeltelijk gegrond verklaard en de bezwaren van [appellant sub 1A] en anderen, voor zover dit betreft [appellant sub 1A], [appellant sub 1B] en [appellant sub 1C], ontvankelijk verklaard en het verzoek afgewezen.
Op 16 september 2016 heeft het college een verzoek van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] om het bestemmingsplan "Landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld" te wijzigen voor zover dit de aanduiding "c" op de plankaart betreft die betrekking heeft op het perceel aan de Meije 300, te Zegveld, afgewezen.
Op 2 maart 2017 heeft het college het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen het besluit van 4 augustus 2016 hebben [appellant sub 1A] en anderen beroep ingesteld en tegen het besluit van 2 maart 2017 hebben [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2017, waar [appellant sub 1A] en anderen en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], allen vertegenwoordigd door [gemachtigde], advocaat te Zegveld, en het college, vertegenwoordigd door mr. S. de Rijke, ing J. van Doorne zijn verschenen. Ter zitting is Buitenplaats De Blauwe Meije en Free Heart B.V., vertegenwoordigd door mr. J.H. Hartman, bijgestaan door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
1.    De bestuursrechter is slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem ingediend beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan indien de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Indien dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
Omdat bij besluit van 24 november 2016 door de raad het bestemmingsplan "Meije 300, Zegveld" is vastgesteld en dit bestemmingsplan betrekking heeft op de locatie aan de Meije 300, is het bestemmingsplan "Landelijk gebied Woerden, Kamerik, Zegveld", waarin de aanduiding "c" was opgenomen en een wijzigingsbevoegdheid aan het college van B&W was toegekend om deze aanduiding te verwijderen, niet langer van kracht voor dit perceel. Bij uitspraak van heden (ECLI:NL:RVS:2018:558) is het bestemmingsplan "Meije 300, Zegveld" onherroepelijk geworden.
Om die reden bestaat niet langer een actueel en reëel belang om de beroepen inhoudelijk te bespreken.
2.    De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. E.A. Minderhoud, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Scheele, griffier.
w.g. Hagen    w.g. Scheele
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2018
723.