ECLI:NL:RVS:2018:696
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Bolt
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor kamerverhuur ondanks geluidsoverlast bezwaren
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende op 17 november 2015 een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning aan de [locatie 1] te Maastricht in drie studentenkamers voor kamerverhuur, hoewel dit in strijd was met het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Limburg dat het college onvoldoende rekening had gehouden met mogelijke geluidsoverlast en vernietigde het besluit. Het college stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het gemeentelijk beleid dat negatieve effecten zoals geluidsoverlast niet toetst bij de aanvraag in strijd is met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank had het beleid terecht onverbindend verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het college alle ruimtelijke belangen, inclusief geluidsoverlast, had moeten betrekken bij de belangenafweging.
Het college had in het bestreden besluit alsnog alle relevante belangen betrokken en geoordeeld dat de kamerverhuur geen onaanvaardbare druk op de woonomgeving legt. Klachten over overlast waren in het verleden opgelost en er was geen aanleiding om de vergunning in te trekken. De Raad van State vond dat het college zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De proceskosten werden aan het college opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunningverlening voor kamerverhuur ondanks geluidsoverlast bezwaren en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.