ECLI:NL:RVS:2018:732
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze beslissing volgt de lijn van eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorzieningenrechter achtte de belangen van de vreemdeling zwaarder wegen in afwachting van de uitspraak in hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel in aanwezigheid van griffier S. Yildiz en werd openbaar uitgesproken op 28 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.