ECLI:NL:RVS:2018:733
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 9 januari 2018 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 februari 2018 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, zodat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Hierbij is rekening gehouden met eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, een bedrag van €501,00. De uitspraak werd op 28 februari 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.