ECLI:NL:RVS:2018:737
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen opheffing vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 15 februari 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft op 1 maart 2018 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit tot bewaring vernietigd, de maatregel opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening zodat de maatregel van bewaring niet per direct zou worden opgeheven. De voorzieningenrechter van de rechtbank bepaalde bij voorlopige voorziening dat de maatregel niet hoefde te worden opgeheven totdat de vreemdeling kon reageren.
De Raad van State overwoog dat niet aannemelijk was dat het hoger beroep succesvol zou zijn en dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te kennen. Ook het verzoek van de vreemdeling om een dwangsom te verbeuren bij niet-naleving werd afgewezen. De verzoeken werden ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €501.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.