ECLI:NL:RVS:2018:740
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling tijdens hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 17 november 2017 werd afgewezen, met daarnaast een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 18 december 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening toewijsbaar was, zodat de vreemdeling niet uitgezet wordt totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 501,00, toe te rekenen aan de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 5 maart 2018 door voorzieningenrechter G. van der Wiel.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet en krijgt opvang tijdens het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning.