ECLI:NL:RVS:2018:748
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens risico herhaling drugsdelict
Appellant verzocht op 6 januari 2016 om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een functie als pedagogisch medewerker bij een organisatie die minderjarige vluchtelingen begeleidt. De staatssecretaris weigerde de VOG op grond van een recente veroordeling (10 november 2015) voor hennepteelt en diefstal, waarbij een werkstraf en subsidiair hechtenis waren opgelegd. Daarnaast speelde een eerdere veroordeling uit 2004 mee.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het objectieve criterium voor weigering was vervuld omdat herhaling van het delict een risico vormt voor de veiligheid van de aan appellant toevertrouwde minderjarigen. Ook het subjectieve criterium gaf geen aanleiding tot afgifte van de VOG, mede vanwege het korte tijdsverloop sinds de veroordeling en het belang van de samenleving.
In hoger beroep betoogde appellant dat het drugsdelict onvoldoende risico vormt en dat zijn spijt en positieve stage-ervaringen het subjectieve criterium rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht het delict heeft betrokken bij de beoordeling en dat het risico op herhaling onvoldoende is afgenomen. De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van bescherming van kwetsbare jongeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de VOG vanwege het risico op herhaling van het drugsdelict en de bescherming van minderjarige cliënten.