ECLI:NL:RVS:2018:757
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.P.M. van Ravels
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Oostvlietpolder 2016 vanwege bouw gezondheidscentrum
De zaak betreft het beroep van een appellant tegen het bestemmingsplan 'Oostvlietpolder 2016' vastgesteld door de gemeenteraad van Leiden. Het plan bevatte geen wijzigingsbevoegdheid meer voor het bouwplan van een gezondheidscentrum op een perceel aan de Vlietweg en Europaweg. De appellant wil dit bouwplan realiseren, maar de raad heeft de wijzigingsbevoegdheid laten vervallen na een zienswijze van het provinciebestuur.
De Raad van State toetst of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan past binnen een goede ruimtelijke ordening. De voorgeschiedenis toont dat de appellant sinds 1999 streeft naar realisatie van het gezondheidscentrum en eerder met succes beroep instelde tegen eerdere besluiten over bouwhoogte. Desondanks heeft de raad het plan aangepast en het Toetsingskader Oostvlietpolder Duurzaam Groen vastgesteld in 2013, waarin het gezondheidscentrum niet past.
De Afdeling oordeelt dat de raad terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die niet voldoet aan de provinciale Verordening Ruimte 2014 en het gemeentelijke Toetsingskader. Het vertrouwensbeginsel wordt niet geschonden omdat het college van burgemeester en wethouders niet bevoegd is tot het vaststellen van het bestemmingsplan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de wijzigingsbevoegdheid blijft vervallen, zodat het bouwplan niet mogelijk wordt gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en de wijzigingsbevoegdheid voor het gezondheidscentrum blijft vervallen.