ECLI:NL:RVS:2018:776
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring Raad van State in hoger beroep tegen afwijzing scholingsvoucher UWV
Appellant heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor een scholingsvoucher op grond van de Regeling subsidie scholing en plaatsing oudere werklozen. Deze aanvraag is op 10 maart 2016 afgewezen omdat appellant op de datum van aanvang van de scholing geen WW-uitkering meer ontving. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling moest beoordelen of zij bevoegd was het hoger beroep te behandelen, dan wel dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) daartoe bevoegd was. De Regeling waarop de aanvraag was gebaseerd, berust op zowel de Kaderwet SZW-subsidies als de Wet SUWI. De Kaderwet SZW-subsidies valt niet onder de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, terwijl de Wet SUWI dat wel doet.
De Afdeling oordeelde dat het bestreden besluit qua onderwerp en strekking niet te onderscheiden is van besluiten die onder de bevoegdheid van de CRvB vallen. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en verwees de zaak door naar de CRvB. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd en verwijst het hoger beroep door naar de Centrale Raad van Beroep.